Het moment van een agent dat hij denkt “het is hij of ik”

Het moment van een agent dat hij denkt “het is hij of ik”

Deze politieagent legt uit dat politiewerk niet altijd even leuk en makkelijk is.

Hieronder het verhaal geschreven door de politieagent zelf. Lees en beoordeel zelf hoe belangrijk deze mensen zijn en hoe zwaar zij het kunnen hebben.

Het is hij of ik…

Exact 5 jaar geleden. Na ongeveer 1200 diensten op straat te hebben gedraaid komt er aan het einde van mijn middagdienst een melding die ik mij kan herinneren als de dag van gisteren.

Mijn maatje en ik gaan op verzoek van de meldkamer naar een adres waar een persoon mogelijk een bloedbad aan wil gaan richten. Nadat de centralist ons alle informatie heeft gegeven die er over dat adres en personen bekend is, gaan wij ter plaatse.

Er blijkt niemand thuis te zijn. Ook het voertuig dat op het adres thuis hoort, is nergens te vinden. Wij geven onze bevindingen door aan de meldkamer en vervolgen onze weg. We zeggen tegen elkaar: “we gaan terug naar het bureau want de aflossing zit op ons te wachten”. Maar het loopt toch even iets anders.




Ineens zien wij de auto staan die op het adres thuis hoort. Hij staat stil op een parkeerplaats en er zit iemand achter het stuur. Al snel hebben wij door dat deze persoon degene is die wij zoeken en willen. Ik parkeer onze politieauto en loop er samen met mijn collega naar toe; hij spreekt de man achter het stuur aan en ik houd zicht op de man en zijn handen vanaf de bijrijderskant. Al snel ontdek ik dat de deur van het voertuig aan mijn zijde op slot zit. Ik hoor dat mijn collega moeilijk contact met de man krijgt. Aan zijn gezicht zie ik dat het serieus wordt. De blik in de ogen van mijn collega maakt dat ik nog scherper word en niets wil missen van wat de man gaan doen. Uit het niets start de hij zijn auto en rijdt met piepende banden bij ons weg. Mijn collega probeert de sleutels nog uit het contact te halen, maar dit mislukt.

We bedenken ons geen moment, springen in onze auto en zetten de achtervolging in. De toeters en bellen gaan aan. De stress neemt toe. Na een achtervolging van een paar honderd meter besluit de man zijn auto langs de kant van de weg te zetten. Ik heb amper tijd om onze auto stil te zetten. Uiteindelijk staan wij op ongeveer 15 meter stil achter hem. Hij is uitgestapt en loopt op ons af. Hij heeft een vuurwapen in zijn hand en richt op ons. Het voelt als of hij mij ‘aanwijst’ met het wapen. De tijd van praten is voorbij realiseer ik mij en mijn collega en ik beginnen te roepen: “Politie laat vallen dat wapen, Politie laat vallen dat wapen!” Binnen een seconde voelt de situatie voor mij als ‘het wordt hij of ik’.

Ik trek mijn wapen en los direct een waarschuwingsschot. Geen resultaat. De man richt zijn vuurwapen nog steeds op ons en blijft op ons aflopen. Blijkbaar heeft het waarschuwingsschot geen indruk op hem gemaakt. Vervolgens schiet mijn collega, maar ook dit heeft geen effect. De stress neemt bij mij nog verder toe. Dan schiet ik gericht op zijn benen. Ik mag ook op zijn romp richten, maar ik wil hem niet doodschieten. Direct zie ik dat een kogel één van zijn benen heeft geraakt. De man zakt in elkaar en zijn wapen valt op de grond. Dat moment voelt als een soort bevrijding voor mij en als ‘einde gevaar’.

Nadat ik mijn vuurwapen op heb geborgen, loop ik met mijn collega naar

de man toe om hulp te verlenen. Dit voelt heel raar, maar goed, het hoort er bij. Zo is dit ons tenslotte aangeleerd. Andere collega’s nemen het van ons over. Hierna voel ik bij mij de ontlading opkomen. Ik sta de trillen op mijn benen en besef nog niet heel goed wat mij en mijn collega in enkele minuten is overkomen.

Mijn maatje en ik gaan naar het politiebureau. Er moet natuurlijk het één en ander op papier worden gezet en de Rijksrecherche is voor ons onderweg om de zaak te onderzoeken. Dat de Rijksrecherche – als onafhankelijke partij – dit soort zaken onderzoekt, is natuurlijk goed. Maar het is best bizar om zelf gehoord te worden met “u hoeft niet te antwoorden op de vragen die ik u stel…”. Normaal stel ik de vragen en nu moest ik antwoorden.




Al snel blijkt dat het vuurwapen van de man een storing had gehad. De kogel zat dwars voor de kamer. “Heeft hij nou écht op ons proberen te schieten?”, vraag ik mij af. En waarom? Hij blijkt de nodige privéproblemen te hebben, maar wat had hij met deze actie willen bereiken?

Het incident spookt nog dagen lang veelvuldig door mijn hoofd. Waarom richtte de man een vuurwapen op ons? Hij had de nodige privéproblemen, maar Wilde hij zich door ons laten doden (suicide by cop)? Hoe was het afgelopen als hij daadwerkelijk had geschoten en mij (dodelijk) had geraakt? Had mijn kind (van toen nog geen 1 jaar oud) zonder vader op moeten groeien? Gelukkig heb ik het een plekje kunnen geven, maar vergeten doe ik het nooit.

foto politie Zevenaar

Reacties



Related Articles

Gigantische drukte Ikea Duiven door..

Ikea Duiven stond vanochtend tot aan de nok vol met de bezoekers. De bezoekers kunnen tot 10:30 uur gebruik maken

Davutoglu: ‘Wij laten Turkmenen in Syrie niet in de steek’

De Turkse minister-president Davutoglu reageerde gisteren vanuit het Turkse parlement door te bellen met de Turkse nieuwszender HaberTurk naar aanleiding

Arnhemse kunst levert 91.000 euro op voor de voedselbank

Met de verkoop van 2000 kunstwerken uit de Beeldende Kunst Regeling (BKR) haalde de gemeente Arnhem 91.000 euro op voor